Vleugeldoorbuiging A380 gemeten
Hypernauwkeurige apparatuur heeft de vleugeldoorbuiging van het grootste verkeersvliegtuig ter wereld tijdens de vlucht gemeten.
Het ontwerpen van vliegtuigen is uiterst complex, tijdrovend en daardoor kostbaar. Hoe efficiënter en betrouwbaarder de ontwerpmethodieken, des te kosteneffectiever het ontwerpproces van het vliegtuig. De betrouwbaarheid van ontwerpmethodes is binnen het complete ontwerpproces onderwerp van grondige controle. Het NLR ontwikkelde en testte hypernauwkeurige apparatuur voor het meten van de doorbuiging en de torsie (draaiing) van de vleugels van het grootste verkeersvliegtuig ter wereld, de Airbus A380. Het vergelijken van de meetwaarden met de waarden die worden berekend met de huidige ontwerpmethodologie, moet aangeven of de ontwerpmethodologie voldoende betrouwbaar is. Airbus kan deze vervolgens bij het ontwikkelen van nieuwe vliegtuigtypes toepassen.
Bij het meten van de vleugeldoorbuiging van de A380 gebruikte het NLR de zogeheten beeldcorrelatie. Daarbij plaatsten technici in de romp een speciale, hoge-resolutie videocamera. Op de vleugel en het rolroer brachten ze een spikkelpatroon aan. De camera registreerde vervolgens tijdens de vlucht de beweging van de spikkels. Speciaal geschreven software herleidde de spikkelbeweging tot de precieze mate van doorbuiging en torsie van de vleugel.
Voordat de camera in de Airbus werd gemonteerd, onderzocht het NLR de haalbaarheid van deze meetmethode aan boord van zijn eigen Metro-testvliegtuig. De optische analyse was zo gevoelig dat zelfs de plaats van de hoofdligger in de vleugel onder de vleugelpanelen haarscherp werd onderscheiden. Nadat het NLR de goede werking had vastgesteld, werd de apparatuur op de A380 geïnstalleerd. In het voorjaar van 2009 voerde een A380 testvluchten met de apparatuur uit, waarna de resultaten werden berekend. Airbus, het NLR en de Duitse zusterorganisatie DLR werkten hierbij intensief samen.
De metingen en analyses van vleugeldoorbuigingen kwamen tot stand met ondersteuning van de Europese Commissie. Aan het project werkten naast de genoemde onderzoeksinstituten ook het Italiaanse Piaggio, het Tsjechische Evektor en de Europese helikopterbouwer Eurocopter. Deze internationale partners weerspiegelen ook de diverse toepassingen van de apparatuur. Zo kan de ontwikkelde meetapparatuur ook de doorbuiging en torsie van de rotorbladen van helikopters nauwkeurig analyseren.




